a64c8c34-af9d-4f1a-80b4-bd77e7a5d6c5,bbcb6f45-2151-469a-a79d-aec1a539effd

What's new

tomorrow
15 december 2020

Geschiedenis Johanniter Kruis, Leersum

Het ontstaan en de geschiedenis van het ‘Groene Kruis’

Het Groene Kruis was een neutrale landelijke vereniging voor wijkverpleging en thuiszorg in Nederland. Iedereen kon lid worden, ongeacht zijn godsdienst of levensovertuiging. De eerste Groene Kruisvereniging in Nederland werd in 1900 opgericht in de toenmalige gemeente Lange Ruige Weide (Driebruggen) door de huisarts Wilhelm Poolman (1866-1935). Hij liet zich inspireren door het in 1875 opgerichte Witte Kruis, de eerste professionele organisatie voor verpleging aan huis in Nederland. Poolman koos voor de kleur groen omdat hij zich daarmee wilde onderscheiden. Bovendien verwees de kleur groen naar de kleur van de medische faculteit. Zo werd duidelijk dat het hier niet ging om een liefdadigheidsinstelling, maar om een professionele organisatie.

De vereniging breidde zich vervolgens uit door heel Nederland. Aanvankelijk hadden de protestantschristelijken en rooms-katholieken ieder hun eigen kruisvereniging, respectievelijk het Oranje-Groene en het Wit-Gele Kruis. In de jaren zestig van de vorige eeuw hadden alle kruisverenigingen in Nederland samen ongeveer 1450 vestigingen: de Kruisgebouwen of Kruisposten. De kruisverenigingen waren voor hun voortbestaan afhankelijk van contributies van leden, collectes en inzamelingen. Daardoor was er vaak geldgebrek. In 1918 kregen de kruisverenigingen voor het eerst subsidie van de overheid, onder andere voor betere kraamzorg en het bestrijden van tuberculose. Daarmee nam de overheidsbemoeienis toe. Er kwam een landelijke opleiding voor verpleegsters en de overheid zorgde voor de oprichting van consultatiebureaus.


Het verband tussen het hospitaal in Amerongen en het wijkgebouw in Leersum

Ex-keizer Wilhelm II van Pruissen schenkt de gemeente Amerongen bij zijn vertrek naar Doorn een Johannieter-ziekenhuis. Dat wil zeggen: hij laat een gebouw plaatsen langs de Rijks(straat)weg op het terrein ten oosten van de Bergjessteeg. Het gebouw en de inrichting zijn van de ex-keizer, de exploitatie is voor rekening van de gemeente Amerongen. Op 18 september 1920 vindt de officiële overdracht plaats aan het bestuur van het ‘Johannieter Ziekenhuis’ dat geleid wordt door ‘Schwester’ Kaete (bron: Herinneringen S.C. Bentinck). Van de eenvoudige plechtigheid zijn ook veel inwoners getuige (bron: Amrongsche Courant 25 september 1920) In de eerste tijd wordt het ziekenhuisje niet veel gebruikt “Wie daar naar toegaat komt te overlijden” staat te lezen in het boekje van Lady Norah Bentinck ‘The Ex Kaiser in Exile’. Het is echter zo dat de inwoners van Amerongen sterk en gezond zijn en hoeven daardoor geen gebruik te maken van het ziekenhuis.

In 1923 ontstaat in Amerongen een relletje als naast de bestaande Christelijke Wijkverpleging met een gediplomeerd zuster, er ook een vereniging van ‘Het Groene Kruis’ wordt opgericht. Het lijkt erop dat de plaatselijke huisarts, dr. Rijfkogel, de Christelijke vereniging in Amerongen negeert en tegenwerkt door het Groene Kruis binnen te halen. Het is niet duidelijk waarom: genoemd worden vijandschap tegen graaf van Aldenburg Bentinck of de aristocratie in het algemeen, het Duitse hospitaal, het christelijk geloof of de verpleegster zelf. Nu zijn er alleen Christelijke zusters werkzaam, het Groene Kruis is neutraal, waardoor de mogelijkheid bestaat dat moderne en zelfs joodse zusters in een gezin kunnen komen (bron: Amerongsche Courant 7 juli 1923).

Wilhelm II van Pruissen is hoofd van de Johannieterorde en zijn gastheer in Amerongen, Godard Johan Charles George graaf van Aldenburg Bentinck, is lid van de Johannieterorde. Godard overlijdt begin 1940 en heeft de bouw van het Groene Kruisgebouw niet mee gekregen. Het is ook maar de vraag of Amerongen na het verdwijnen van het ziekenhuis een eigen Kruisgebouw krijgt.

Het Johannieter ziekenhuis bewijst zijn diensten in de oorlog van 1940 - 1945, maar wordt vanwege de kosten in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw afgebroken en herplaatst in Groesbeek (bron: Amerongen Monumentendag). Daarmee zit er dus maar een korte tijd tussen het verdwijnen van het ziekenhuis en de oprichting van het Groene Kruisgebouw. De eerste keer dat het gebouw van het Groene Kruis wordt genoemd is als op woensdag 13 januari 1954 als de gemeente-arts J.P.J. Punt kinderen vaccineert tegen de pokken (bron: Doornse Courant ‘De Kaap’, 8 januari 1954).


De kruisverenigingen vandaag de dag

In dit wijkgebouw werden in de afgelopen halve eeuw jaren lang zieken en hulpbehoevende mensen verzorgd door de wijkzusters van de Oranje-groene kruis vereniging. Zie de afbeelding van de pagina uit de krant van vrijdag 5 november 1954 waarin men berichtte over de opening en de weg hier naartoe. Vanwege de bevolkingsgroei is er in 1962 een tweede zusterwoning bijgebouwd vertelt een foto van de bouwvergunningsaanvraag.

Vanaf eind jaren zestig kwam er steeds meer samenwerking onderling en bestonden er landelijk nog rond de 200 kruisverenigingen. Ook op regionaal en provinciaal gebied ontstonden samenwerkingsverbanden. Zo waren de plaatselijke kruisverenigingen aangesloten bij een regionale kruisvereniging en waren die op hun beurt weer onderdeel van een provinciale kruisvereniging. Geleidelijk aan bleven er voor de plaatselijke kruisverenigingen nog maar weinig taken over.

Eind jaren zeventig besloten de drie landelijke koepelorganisaties - het Oranje-Groene Kruis, het WitGele Kruis en het Groene Kruis, samen te gaan werken. Zo ontstond de Nationale Kruisvereniging (1978). Vanaf 1988 is vervolgens het kruiswerk zijn krachten gaan bundelen met de gezinsverzorging. In 1990 richtten de Nationale Kruisvereniging en de Centrale Raad voor de Gezinsverzorging samen de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT) op. De LVT, later Z-org geheten, fuseerde in 2006 met Arcares (koepelorganisatie voor verpleeg- en verzorgingsinstellingen). De nieuwe organisatie heette voortaan ActiZ. ActiZ is de organisatie van zorgondernemers in de verpleeg- en verzorgingshuiszorg, thuiszorg, kraamzorg en jeugdgezondheidszorg. (bron: Groene Kruis Langbroek-Cothen 1914-1984)